Eindelijk is het zover! Vandaag mogen we ons gedicht over ‘die gekke juffrouw Boggemog’ per twee naar voren brengen. We zijn hier al een ganse week mee bezig, want we moeten de tekst uit ons hoofd kennen en ook de gepaste gebaren erbij maken. Ook brachten we allerlei attributen mee, zoals een springtouw, een emmer, een dekentje, een kalender,… . Zowel de kinderen als de juf kijken er dan ook enorm naar uit om de opvoeringen te zien! Foto’s volgen nog!

 

Het gedicht gaat als volgt:

Die gekke juffrouw Boggemog!
In januari slaapt ze nog.

In februari staat ze op
en doet haar wasje in het sop.

In maart doet zij haar jasje aan
om even naar de markt te gaan.

En als zij thuis komt in april
dan blijft het weer een poosje stil.

En in de mooie maand van mei
dan springt ze touwtje in de wei.

In juni heeft ze nog geen haast,
dan praat ze met meneer hiernaast.

In juli speelt ze met haar kat
en gaat met één voet in het bad.

En in augustus als het moet,
dan wast zij ook haar andere voet.

Maar in september wordt het druk,
dan scheurt zij de kalender stuk.

In een café, rond half oktober
vraagt zij één koffie aan de ober.

En in november drinkt zij ’t op
en haalt haar wasje uit het sop.

En in december slaapt zij in
met een deken tot aan haar kin.

En iedereen zegt : ” Och, och, och, die gekke juffrouw Boggemog“.